NIEUWS Psycholoog.be
Te snelle conclusies over psychisch leed | Informatieve berichten uit de wereld van de psychologie
| M | T | W | T | F | S | S |
|---|---|---|---|---|---|---|
| « Aug | ||||||
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | ||
| 6 | 7 | 8 | 9 | 10 | 11 | 12 |
| 13 | 14 | 15 | 16 | 17 | 18 | 19 |
| 20 | 21 | 22 | 23 | 24 | 25 | 26 |
| 27 | 28 | 29 | 30 | |||
Links
Recent Posts
- Intelligentietests
- Groter zelfvertrouwen houdt kinderen uit de problemen
- Negatieve attitude belemmert zoeken naar hulp
- Zelfvertrouwen: de balans tussen vaardigheid en waardigheid
- Sporten vermindert tijdelijke concentratiedip
Recent Comments
Archives
- August 2010
- June 2010
- April 2010
- March 2010
- February 2010
- January 2010
- December 2009
- November 2009
- October 2009
- September 2009
- August 2009
- July 2009
- June 2009
- May 2009
- April 2009
- March 2009
- February 2009
- January 2009
- December 2008
- November 2008
Te snelle conclusies over psychisch leed
Posted in: Geen rubriek |
Bron: nd.nl
Schaf de diagnose schizofrenie maar af. Aldus de hoogleraren Van Os en Kapur ( ND 31 juli). Aan veel meer diagnoses in de psychiatrie kleven echter bezwaren. Maar alles in de prullenbak is geen oplossing.
Vraag je aan mensen wat schizofrenie is dan luidt het antwoord meestal: een gespleten persoonlijkheid. Er is al jaren bekend dat dat géén kenmerk is van schizofrenie, maar kennelijk valt een eenmaal gewortelde misvatting moeilijk te bestrijden. Daarnaast zijn mate, ernst, verloop en prognose zó verschillend dat het woord alleen maar tot spraakverwarring leidt. Daarom vinden de hoogleraren Van Os en Kapur dat de term schizofrenie maar beter in de prullenbak kan.
De misverstanden die beide heren rond schizofrenie noemen herken ik maar al te goed. Tegelijk zullen nieuwe namen op den duur ook weer tot nieuwe onduidelijkheden leiden.
In vragenlijsten zijn honderden kenmerken van gedrag vastgelegd die voor meerdere uitleg vatbaar zijn. Wat moeten we bijvoorbeeld verstaan onder ‘verminderd sociaal contact’? Daar zit altijd een subjectief oordeel in. Maar wie probeert om alles eenduidig meetbaar vast te leggen, maakt van het psychologisch onderzoek een kunstmatig laboratorium. Dan zou verminderd sociaal contact (bijvoorbeeld) omschreven worden als: ‘gaat maximaal vijf keer per jaar naar een verjaardag en is geen lid van een vereniging’. Het is duidelijk dat we daarmee de werkelijkheid geweld aan doen.
Nadeel van de huidige omschrijvingen is dat die altijd subjectief wordt ingekleurd en tot verschillende oordelen kan leiden. De uitkomst van onderzoeken wordt voor een deel bepaald door de blikrichting van de diagnosticus. Zo nam ik onlangs het dossier door van een man die in tien jaar tijd vijf verschillende diagnoses had gekregen.
Ook ADHD
Als schizofrenie geschrapt moet worden uit het psychiatrisch woordenboek, geldt dat evenzeer voor een groot aantal andere diagnoses. Zo zijn de misverstanden rond ADHD inmiddels zó talrijk dat de term volgens de redenering van Van Os en Kapur ook maar beter direct geschrapt kan worden. Zo denkt misschien wel negentig procent van de bevolking dat ADHD hetzelfde is als ‘Alle Dagen Heel Druk’. Bij mensen met een verstandelijke beperking wordt doorgaans gedacht aan personen die zeer afhankelijk zijn van zorg door anderen, maar er is ook een grote groep mensen bij wie we in eerste contact niets van een beperking merken. Onder een depressie valt niet alleen de peilloos diepe psychische ellende van iemand die geen uitweg meer ziet, maar in de volksmond valt er ook de winterdip onder. Het (niet officieel erkende) beeld van hoogsensitiviteit gaat al he-lemáál mank aan een wirwar van niet te meten vage criteria zoals ‘een rijk innerlijk gevoelsleven’.
Het meest opvallend is de overeenkomst tussen de bezwaren die Van Os en Kapur noemen richting schizofrenie en de diagnose autisme. Veel mensen denken bij autisme nog altijd aan mensen die in zichzelf gekeerd zijn en die strikt aan voorspelbare patronen vast willen houden. De ziekte uit zich echter zó verschillend dat het de vraag is of zo’n breed beeld onder één overkoepelend begrip kan worden ‘gevangen’. Niet voor niets spreekt men van een spectrum van autistische stoornissen. Ook hier lijkt sprake te zijn van een verzamelnaam voor allerlei onderliggende stoornissen (in bijvoorbeeld de verwerking van informatie).
Een ernstig verstandelijk gehandicapte man die niet spreekt, zich vaak afsluit en van iedere kleine verandering in zijn patroon totaal van slag raakt, kan deze diagnose krijgen. Maar ook iemand die gretig met iedereen contact maakt en nauwelijks lijkt te reageren op veranderingen kan de diagnose krijgen. En niet te vergeten de hoogleraar of ingenieur die prima in zijn vak en in de samenleving lijkt te kunnen functioneren.
Blindedarm op kamer 215
Moeten al deze onduidelijke diagnoses dan maar de prullenbak in? Er wordt al jaren gewerkt aan de nieuwe editie van het internationale spoorboekje van de psychiater, de ‘DSM-V’. Er zal een reeks aan nieuwe diagnoses in vermeld worden en andere zullen vervallen. Er komt meer duidelijkheid, maar er zal zeker op den duur ook nieuwe onduidelijkheid ontstaan. Wel valt er winst te halen uit het opsplitsen van huidige, te brede diagnoses (zoals autisme en schizofrenie) in een aantal ’smallere’ beelden.
Laten we er maar rekening mee houden dat iedere diagnose in de psychologie en psychiatrie per definitie beperkingen met zich meebrengt. Als we horen dat er ‘een blindedarm op kamer 215 ligt’, realiseren we ons direct dat daar geen blindedarm ligt, maar een persoon (vaak juist zelfs zonder blindedarm). Wie een persoon reduceert tot ‘de autist’ of ‘de schizofreen’ doet eigenlijk hetzelfde. Dat geldt zeker als er ook nog een conclusie aan verbonden wordt: ‘een autist kan niet tegen veranderingen’. Mensen kunnen immers verschillend functioneren.
Een omgeving die goed is ingesteld op een bepaald ‘beeld’ kan de ernst van de problematiek deels doen verbleken. Daarom zullen we altijd op individueel niveau nuanceringen aan moeten brengen.
De meest wezenlijke vraag is hoe we in de samenleving met de uitkomsten van diagnostiek omgaan. Kunnen we achter het ‘etiket’ nog de persoon blijven zien? Het gaat immers niet om het wát (de autist, de schizofreen), maar om het wie, om de persoon. Wie zó kijkt kan ook meer ontspannen met een diagnose omgaan.
Henk Algra werkt als orthopedagoog in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking.
Dag,
Zouden wij ons niet beter beperken tot het verhaal van en over de mens , een mens met problemen!?
Laten we de DSM 4 en ook de DSM 5, die vrees ik even goed een ramp zal zijn, herschrijven in termen van psychische problemen en in een verhaal waarmee kan gewerkt worden in één of andere psychotherapie. Een nieuwe golf van antipsychiatrie is op komst en de extreme medicalisering moet naar de prullenbak en is aan een nieuw verhaal toe!!!?
Fons Verhoelst Psycholoog – Psychotherapeut